Wie zijn wij?

 

De Stichting Sint-Athanasius bestaat sinds 1995. Onze doelstelling is: evangelisatie.

Het bestuur bestaat uit twee priesters van het bisdom 's-Hertogenbosch.

 

Wij zijn ingeschreven in het Stichtingenregister bij de Kamer van Koophandel,

nr. 410 93 760.

 

Onze bankrelatie is de INGbank, nr. 733 30 94

t.n.v. Penningmeester Stg.St.Athanasius, Helmond.

 

Wat doen wij?

 

De Stichting Sint-Athanasius heeft diverse uitgaven op het gebied van parochiŽle kindercatechese.

Daarnaast verzorgen wij via het internet een aantal pagina's op het gebied van verkondiging en opinie, alsmede de voorbereiding op sacramenten en de liturgische verzorging van gelegenheidsvieringen.

 

 

Wij hebben ons laten inspireren door de H.Athanasius van AlexandriŽ, wiens leven in dienst stond van de verkondiging van Jezus Christus, werkelijk God en mens, trouw aan wat de Kerk leert...

 

 

Het leven van Athanasius, patroon van onze stichting 

Athanasius, de bisschop van AlexandriŽ is geen universitair gevormde, zoals de KappadociŽrs, maar een man van de Kerk. "Hij heeft niet veel tijd besteed aan studies," zegt Gregorius van Nazianze", net voldoende om niet ongeletterd te schijnen." Over zijn vorming, zijn leermeesters en zijn studies weten wij niets. Hijzelf vermeldt dat enkele van zijn leraars tijdens de vervolging omkwamen, waaruit wij besluiten dat zij christenen waren. Het is de Kerk, die Athanasius gevormd heeft; hij heeft er als het ware carriŤre gemaakt. De Kerk is zijn levensmilieu, zijn vaderland en zijn familie. Hij zal voor haar vechten met de moed, waarmee zonen hun moeder verdedigen.

Athanasius is meer Egyptenaar dan Griek. Hij spreekt het Koptisch vloeiend en hij schrijft het. Hij is geboren te midden van het volk dat hij goed kent, waarvan hij de taal spreekt, die hij wellicht op straat heeft geleerd. Hij heeft het volk in zijn hand, hij weet het te hanteren naar zijn inzichten, zoals een tribuun. En het volk zal hem trouw blijven doorheen al de wisselvalligheden van zijn bewogen leven. De moeilijkheden worden hem niet aangedaan door de gelovigen, maar door de clerus, door de theologische twisten en door politieke critici, nooit echter door zijn kudde, die hem op de handen draagt.  

 

 

 
   

 

Zoals sommigen van zijn opvolgers, geeft hij veeleer de indruk een christelijke farao te zijn of een functionaris dan wel een wijsgeer. Dat verklaart ook de strengheid van zijn onverzettelijke natuur, hoewel hij handig kan zijn en niet terugdeinst voor listen noch voor chantage, wanneer het erop aan komt de orthodoxie te doen zegevieren. Andere tijden, andere zeden. Maar de zeden van AlexandriŽ zijn nooit de zeden van de hele wereld geweest. Wij moeten de personages ook in het licht van de geografie zien. Wij zouden er verkeerd aan doen Athanasius of Cyrillus te beoordelen met onze maatstaven en vooroordelen. 

 

Als diaken vergezelt Athanasius zijn bisschop Alexander naar het concilie van Nicea. Hij neemt deel aan het eerste oecumenisch concilie en aan de overwinning van het rechte geloof op de ketterij van Arius. Het is best mogelijk dat hij achter de schermen een doctrinaire rol heeft gespeeld. Hij is en blijft de man van Nicea, zodanig zelfs dat hij zichzelf identificeert met de zaak van de orthodoxie, wat menig conflict nog zal verergeren en vergiftigen.  

 

 

Bisschop Alexander sterft in 328, zonder te verhelen dat Athanasius zijn kandidaat is voor de opvolging. De verkiezing verloopt niet zonder enige moeilijkheid, wat de lofredenaar Gregorius van Nazianze daarover ook vertelt: zijn jeugd (hij is slechts tweeŽndertig jaar), zijn gehele persoonlijkheid, zijn ondubbelzinnige en onverzettelijke houding in de strijd tegen de arianen, waren inderdaad geen goede voortekenen. Zijn hele verdere leven Ė vijfenveertig jaar Ė zal getekend worden door die strijd, eerst met de steun van de burgerlijke macht en, wanneer die de rechtgelovigheid verraadt, tegen haar. Vijf verbanningen breken zijn weerstand niet en putten evenmin zijn energie uit.

 

De nieuwe bisschop begint met in het hart van zijn onderdanen het geloof van Nicea te versterken. Hij bezoekt heel zijn bisdom, wat hem in de gelegenheid stelt Pachomius, de vader van het cenobitisme, te ontmoeten. Die had grote verering voor Athanasius en noemde hem "de vader van het rechte geloof van Christus".

 

De strijd vangt aan in 330. De bisschop had eerst veel moeilijkheden met de leerlingen van Meletius, die een schisma veroorzaakt hadden. Athanasius pakte hen hardhandig aan. Voor hem zal het steeds een beetje lastig blijven het onderscheid te maken tussen de mensen en de opinies die zij aankleven. Nadien laat keizer Constantijn, in zijn zorg om de gemoederen te bedaren met het oog op zijn centralisatieplannen, Arius in eer herstellen na een nieuwe geloofsbelijdenis. Een keizerlijk schrijven geeft het bevel Arius toe te laten zijn activiteiten weer op te nemen. Athanasius weigert pertinent. Hij is er het nauwst bij betrokken, daar Arius van AlexandriŽ afkomstig is. Hij legt in een brief aan de keizer zijn standpunt uit: "Het is onmogelijk in de Kerk mensen opnieuw op te nemen, die de waarheid tegenspreken, de ketterij aanwakkeren en tegen wie een algemeen concilie de banvloek heeft uitgesproken." De bisschop houdt voet bij stek. De samenzweringen herbeginnen in AlexandriŽ, in die mate zelfs dat de bisschop verplicht is uit de stad te vluchten en zich te verbergen in een klooster van Opper-Egypte.

 

In 335, ter gelegenheid van de pelgrimstocht van de keizer naar Jeruzalem, nemen de tegenstanders van Athanasius de kans waar om in Tyrus, dat op zijn reisweg gelegen is, een synode bijeen te roepen om de geschillen bij te leggen. De bisschop van AlexandriŽ, die gedagvaard is, komt met tegenzin, vergezeld van een vijftigtal Egyptische bisschoppen, die, gezien zij niet opgeroepen waren, ook niet gehoord werden. De situatie is hachelijk, daar talrijke aanwezige bisschoppen hem vijandig gezind zijn. Athanasius wordt beschuldigd van geweld en onwettelijkheid. Wanneer hij ziet dat het slecht gaat aflopen, neemt hij de vlucht alvorens het vonnis, nl. zijn afzetting, uitgesproken wordt.

 

   

 

   

 

De onverschrokken bisschop verschijnt enige tijd later in Constantinopel; hij ontmoet de keizer in een van de straten en vraagt hem om een onderhoud. Constantijn laat de bisschoppen, die in Tyrus op het concilie waren, overkomen; zij hernemen de oude aanklachten niet, maar beschuldigen Athanasius ervan de overhand te hebben in de graanmarkt van Egypte en ermee te dreigen de graanlevering stop te zetten. Constantijn, die daaraan slechte herinneringen heeft, wordt kwaad en jaagt de bisschop van AlexandriŽ in ballingschap naar Trier. Dat is de eerste van de vijf verbanningen. (Ö)

 

In de afwezigheid van zijn bisschop is AlexandriŽ verre van rustig. Antonius, de beroemde kluizenaar, komt persoonlijk tussenbeide bij de keizer. Die antwoordt dat hij niet kan geloven dat een zo grote gemeenschap zich kan vergissen als zij zegt dat Athanasius "een onbeschaamd man, een tweedrachtzaaier" is. De bisschop moet wachten tot de dood van keizer Constantijn (337) om in zijn bisschopsstad te kunnen weerkeren. Ongelukkig staat de nieuwe keizer gunstig tegenover het arianisme. Athanasius wordt opnieuw uit zijn ambt ontzet door de synode van AntiochiŽ (339). Hij vindt een onderkomen te Rome bij paus Julius I, die hem in zijn ambt herstelt. De bisschop maakt van zijn verblijf gebruik om het Westen te winnen voor de zaak voor de rechtgelovigheid. Hij kan eerst in 348 terugkeren naar zijn stad, waar hij triomfantelijk wordt ontvangen, vereerd en gevierd als een geloofsbelijder. Hij geniet er dan de tien mooiste jaren van zijn episcopaat, die ook de meest vruchtbare zijn. De feiten hebben hem geleerd zich te distantiŽren van het keizerlijk gezag. De inmengingen van de keizer in kerkelijke aangelegenheden brengen de orthodoxie in gevaar. Zo wordt Athanasius ook de eerste die met een ongebruikelijke nadruk de vrijheid van de Kerk opeist ten overstaan van de wereldlijke macht.

 

De bisschop hernieuwt in zijn bisdom de geest van Nicea: hij werkt aan de verdieping van het christelijk leven en onderhoudt met de monniken broederlijke contacten. Hij houdt zich bezig met de evangelisatie van EthiopiŽ en ArabiŽ. Tijdens deze windstilte schrijft hij enkele van zijn belangrijke werken. Tien jaar later wordt hij eens te meer verplicht te vluchten en zich te verbergen bij de anachoreten in de Egyptische woestijnstreken, voor de eerste maal van 356 tot 361. Hij kan weerkeren bij de ambtsaanvaarding van Julianus, en de indringer Georgius, die hem op de bisschopszetel verving, wordt door het volk vermoord. Een tweede maal, onder Julianus, wordt Athanasius in ballingschap gezonden (362-363). Bij die gelegenheid geraakt de bisschop vertrouwd met het monnikendom: hij ontmoet de vader van de monniken, Antonius, van wie hij de biografie schrijft, die het model wordt voor het religieuze en christelijk leven. Ze zal ook een rol spelen in de bekering van Augustinus. Athanasius dringt door tot in de geest van deze godsdienstige beweging die gans Egypte heeft doorstroomd en de vurigheid van de vervolgingsperioden naar de eenzaamheid van de woestijnstreken heeft overgebracht. Vanuit zijn kloostercel blijft hij waken over zijn bisdom door het geloof van Nicea te blijven verdedigen en zo blijft hij "de onzichtbare patriarch van Egypte".

 

In 366, na een laatste ballingschap van vier maanden, kan Athanasius in zijn stad terugkeren en in vrede zijn bisdom, dat hem zo aanhankelijk was, besturen tot aan zijn dood in 373. Van de 46 jaren van zijn episcopaat heeft hij er twintig in ballingschap doorgebracht. Wanneer deze onverschrokken vechter sterft, is de orthodoxie nog niet overal hersteld. Maar enkele jaren later zal de nieuwe keizer Theodosius het geloof van Nicea opleggen aan al zijn onderdanen.  

 


 

 

Zijn werken  

 

 

Zijn werk is geboren uit de strijd. Een man van de actie is zelden een literator. De wijsgerige vorming van Athanasius is praktisch nihil. Hij schrijft om te onderrichten en om te overtuigen. Bewaard is een jeugdwerk, dat hij samenstelde in zijn vrije uren, toen hij secretaris van zijn bisschop was. De ĎVerhandeling tegen de heidenení en Ďover de Incarnatie van het Woordí is een verwerping van het heidendom en een ontdekking van de ware God. Ondanks het feit dat de gedachte niet oorspronkelijk is, dringt het boek zich op door een onstuimige verkleefdheid aan Christus. De meeste van Athanasius' theologische werken spannen zich in om het arianisme te bestrijden en om het geloof van Nicea te verdedigen. De bisschop van AlexandriŽ is er zich van bewust dat het daarin om de wezenheid van het christendom gaat. Hij schrijft eerst drie "Redevoeringen tegen de arianen", die een synthese van de Drievuldigheidsleer uitmaken. Hetzelfde thema ontwikkelt Athanasius in een reeks brieven.

 

 

 

Deze vechter kan zich niet tevreden stellen met irenische uiteenzettingen. In de loop van de ariaanse strijd laat hij zich openlijk kennen als een hevig polemist. Hij beschikt over een striemend scherpe repliek. Egypte heeft ons trouwens zelden of nooit voorbeelden van zachtmoedigheid geleverd. Athanasius geniet als het ware van de strijd. Hij bekent het zelf: "Het vermoeit mij niet, integendeel het verkwikt mij mijzelf te verdedigen." Hij schrijft de "Apologie tegen de arianen" (348), waarin hij alle documenten van de strijd publiceert om zichzelf te rechtvaardigen. De "Apologie voor Constantius" is een redevoering tot de keizer gericht, die nooit werd uitgesproken, maar die een knap staaltje van redenaarskunst is en tevens getuigt van een grote handigheid. Niets erin wordt aan het toeval overgelaten. Alles heeft hij erin voorzien, tot zelfs de fysionomische reacties die zijn rede moest uitlokken: "Gij glimlacht, vorst, en uw glimlach is een toestemming." In de laatste werken wordt de toon scherper en de polemist waagt zich aan pamfletten, de "Apologie voor de vlucht" (358) en de "Geschiedenis van de arianen", die hij opdraagt aan de monniken en waarin hij zijn tegenstander belachelijk maakt. Hij is een vogelvrijverklaarde, hij heeft niets meer te verliezen, niemand meer om te ontzien. Hij gebruikt daarin een striemende ironie die onrechtvaardig wordt. De stijl is levendig met kleurige beelden. Hij kan episodes in beeld brengen en zijn personages laten spreken. Hij beschikt over een vreselijke woordenschat. De eunuchen die de keizer omringen prikkelen zijn mannelijke welbespraaktheid: "Hoe wilt gij", zegt hij, "dat zo'n mensen iets begrijpen van de voortbrenging van de Zoon van God!" (Ö)

 

 

                             Uit: Adelbert Hamman: Praktische gids voor de patrologie. Desclee de Brouwer, 1971.